Basisprincipes

Voorbereiding

Voor u aan de gaat, moet u het meubelstuk goed beoordelen en de verschillende stadia van het werk plannen.
Elk werkstuk vraagt een eigen aanpak.
Sommige stukken moeten opnieuw bekleed, van andere moet de romp gerepareerd of het binnenwerk vernieuwd.
Door uw werk goed in delen kunt U van tevoren bepalen welke technieken en materialen u nodig hebt.

Werkwijze

  1. Bekijk het te stofferen meubelstuk kritisch en kijk hoe het verbeterd kan worden. Ga er bijvoorbeeld op zitten, voel met een vlakke of de vulling oneffenheden vertoont en kijk of er bepaalde stukken zijn die extra aandacht vragen.
  2. Haal de oude bekleding en vulling eraf. Schrijf de volgorde waarin u de stofdelen verwijdert op, zodat u straks als u aan de nieuwe stoffering toe bent, onder aan de lijst weer kunt beginnen. Schrijf ook op hoe de stof erop zat: bij voorbeeld hoeveel plooien er op een hoek zaten. Een schetsje kan ook heel nuttig zijn. Bewaar de oude stoffering want die is handig als u de nieuwe stof gaat knippen, met name als er afgepast of genaaid moet worden.
  3. Nadat de oude bekleding en vulling eraf is, moet u kijken of het binnenwerk gerepareerd of verstevigd moet worden.
  4. Kijk of de romp zwakke plekken vertoont. Oefen druk uit op de houten verbindingen zodat u zeker weet dat de romp sterk genoeg is om opnieuw gestoffeerd te worden. Als de romp gerepareerd ,geschuurd of geschilderd moet worden,dient u dat in dit in dit stadium te doen.
  5. Bekijk de vulling en bepaal of u het oude materiaal wilt hergebruiken. Vervang of vernieuw de vulling zonodig, zodat het meubelstuk gereed is om gestoffeerd te worden.
  6. Knip de nieuwe stofdelen uit. Maak gebruik van uw aantekeningen, schetsen en van de oude bekleding. Een knipschema is ook handig.
  7. Breng de nieuwe bekleding aan. Afhankelijk van het werkstuk en van de stofferingeisen zal hierbij een combinatie van technieken komen kijken, zoals panelen aan elkaar naaien, stof rond stoelpoten afpassen, spannen, spijkerstrip bevestigen en blinde steek naaien.
  8. Werk het stuk af met knopen, drukkers, passement of omboordsel, of sluit de onderkant gewoon af met een stuk kaasdoek als stof hoes.